

Sinds 1997, ben ik in het bezit van een Kolenbranderschildpad
(Geochelone carbonaria), een manlijk dier (nakweek).
Schildpadden zijn ongewone oude reptielen. Hun voorouders verschenen ongeveer 200 miljoen jaar geleden, lang voor de dinosauriers.
Terwijl deze grote dieren uitstierven zagen de schildpadden, met hun vreemde vorm, kans te blijven leven en gedurende tenminste 150 miljoen jaar ondergingen ze betrekkelijk weinig verandering.
Het merkwaardige skelet kan een gedeeltelijke verklaring vormen voor het feit, dat ze niet uitstierven.
Het rugschild wordt gevormd door de brede samengegroeide ribben. Aan de onderzijde vindt men het buikschild of plastron.
In de loop van hun ontwikkeling hebben de schildpadden zich dusdanig gewijzigd dat de poten vastgehecht raakten binnen de ribben.
Dit beschermend pantser heeft een langere nek noodzakelijk gemaakt.
Ook bezitten deze dieren een speciale manier om lucht in en uit de longen te krijgen.
De hals van een schildpad is S-vormig gebogen. Deze bocht wordt vlakker als de nek gestrekt wordt.
Schildpadden hebben geen tanden, maar hun hoornachtige bek is in staat planten en dieren te verscheuren.

Dit is het grootst bekende fossiel (skelet) van een schildpad.
(Gevonden in Indie, plusminus 1930)
Het bevindt zich thans in het Natuurlijk Historisch Museum te New York.

Fossiel van een schildpad met een leeftijd van 100 miljoen jaar.
Er is geen verschil tussen de fossielen van oude schildpadden en de moderne exemplaren van deze soort.
Eenvoudig uitgedrukt: Schildpadden zijn niet geevolueerd, het zijn altijd schildpadden geweest vanaf het moment dat zij op de wereld voorkomen.