
Landschildpadden verschillen van de water- en moerasschildpadden doordat veel soorten wel eens baden, maar vrijwel nooit kunnen zwemmen en dus geen gestroomlijnd schild nodig hebben. Veel soorten landschildpadden zouden zelfs verdrinken als ze in dieper water terecht komen. Het schild is meestal erg hard en bol van vorm, in water levende schildpadden hebben meestal een zachter en dus lichter schild dat veel platter en dus gestroomlijnder is. Een ander kenmerk is dat de meeste landschildpadden voornamelijk of geheel van planten leven, sommige eten ook wel aas. Een aantal soorten zijn echte grazers die voornamelijk van grassen leven, deze soorten hebben een trage motoriek en stofwisseling maar een voordeel is dat ze zeer oud kunnen worden.
De in Nederland bekendste landschildpad is wel de Griekse Landschildpad (Testudo hermanni), waarvan er sinds de vijftiger jaren vele zijn ingevoerd. Inmiddels is het aantal nakweekdieren in Nederland aanzienlijk.
De laatste jaren zijn er uit Rusland ook grote aantallen van de Vierteenschildpad (Testudo horsfieldii, ook bekend als Agrionemys horsfieldii) ons land binnen gebracht. Helaas gaat dit gepaard met roofbouw op de plaatselijke populaties omdat van de gevangen dieren slechts 35% levend het vaderland verlaat.
Regelmatig aangevoerde tropische landschildpadden zijn de Kolenbranderschildpad (Geochelone carbonaria) uit Zuid-Amerika, de Geelkoplandschildpad (Indotestudo elongata) uit Zuidoost-Azie en de Panter- of Luipaardschildpad (Geochelone pardalis) uit Afrika ten zuiden van de Sahara. Deze dieren zijn niet echt beginnersdieren te noemen door de afmetingen die ze kunnen bereiken: men zal toch klein willen beginnen. Dan is men aangewezen op nakweekdieren die men kan betrekken van ervaren kwekers.
Vooral met de Kolenbranderschildpad wordt in gevangenschap goed gekweekt.
Het beste kan men nakweekdieren in huis nemen. Wil men toch dieren uit de handel aanschaffen, dan moet men erop toezien dat voor landschildpadden (familie Testudinidae) geldige CITES papieren meegeleverd worden. Voor enkele soorten zoals de Moorse en Griekse Landschildpad geldt een algemeen bezits en handelsverbod; onder voorwaarden zijn nakweekdieren van dit verbod vrijgesteld.
Bij aanschaf moet men zich de volgende vragen stellen:
staan de ogen helder -- is de neus droog -- is de kleur binnen in de bek zachtroze -- maken de dieren een montere indruk -- vertonen poten en schild geen vervormingen -- is de ontlasting vast en heeft deze een donkerbruine kleur?
Bij jonge dieren is het geslachtsonderscheid niet waarneembaar. Geslachtsrijpe dieren vertonen duidelijke verschillen: mannen hebben een hol buikschild en een lange dikke staart waarbij de cloaca verder buiten het schild uitsteekt dan bij vrouwen het geval is. Vrouwen hebben een vlak buikschild en een korte staart.