
Testudo hermanni en Testudo horsfieldii komen uit gebieden met een Zuid-Europees klimaat: dat houdt in dat het houden van deze dieren in een buitenterrarium in de zomer aan de nodige voorwaarden moet voldoen. Het verblijf moet zonnig en beschut liggen.
Tocht is uit den boze; er moet altijd voldoende schaduw in het verblijf te vinden zijn en er moeten voorzieningen zijn om perioden van nat en koud weer goed door te komen.
Wees er op bedacht dat deze schildpadden prima gravers en klimmers zijn: gaas tot diep in de grond en een degelijke afzetting bovengronds. Het binnenterrarium moet ruim zijn, nodig voor voldoende lichaamsbeweging, en voorzien van de nodige verticale schotten om de dieren voldoende gelegenheid te geven zich terug te trekken voor soortgenoten.
De stralingsbron om onder te zonnebaden kan een Elstein warmtestaler zijn of een reflectorlamp. Een bodemverwarming draagt bij aan de gewenste dagtemperatuur (minimaal 28% C), hoewel ook koelere plekken in het terrarium gewenst zijn. De nachttemperatuur mag dalen tot 15 graden C. Tocht is rampzalig voor de gezondheid. Als aanvullende verlichting worden TL-buizen aangeraden.
Droog grof zand of droge beukensnippers voldoen goed als bodembedekking. Voer altijd vanaf een voederplateau zodat de dieren geen bodemsubstraat binnenkrijgen. Bij volwassen dieren moet een goed verwarmde legbak voor het begraven van de eieren aanwezig zijn.
Voor gezonde volwassen Testudo's wordt een winterrust aangeraden van 3 maanden bij 0-10 graden C. Zorg voor voldoende lediging van de darmen d.m.v. lauw baden voor ze in winterrust gaan. Na de winterslaap de dieren uitgebreid baden in lauw water met wat druivensuiker en de dieren geleidelijk laten wennen aan de temperaturen van het binnenterrarium. Jonge of zieke dieren geen winterslaap laten houden dus laten overwinteren in het binnenterrarium met het normale (zomerse) temperatuurregime.
Voor de tropische landschildpadden gelden in het algemeen de volgende richtlijnen: voor een volwassen paartje is een ruimte van minimaal 250x150 cm. vereist; de bodembedekking moet goed vochtig gehouden kunnen worden, hiervoor voldoet een mengsel van grof zand en tuinturf. Zaagsel en houtmot moeten worden afgeraden aangezien dit tot irritatie van ogen en luchtwegen kan leiden. Als schuilgelegenheid kunnen grote verankerde boomstronken dienen. Als verlichting zijn TL-buizen geschikt, echter niet te fel. Een wat donkerder gedeelte in het verblijf wordt door de dieren op prijs gesteld.
De temperatuur kan varieeren van minimaal 20 graden C in het ene deel van het verblijf tot 40-45 graden C onder de warmtelamp. Als warmtebron kunnen persglaslampen worden gebruikt van 80 of 100 W, dan wel halogeenlampen van voldoende wattage; let er op dat de dieren zich hieraan niet kunnen branden! De nachttemperatuur mag dalen tot 18 graden C. Geef een daglengte van 12 uur licht. Om de voortplanting te stimuleren en om aan het natuurlijke bioritme tegemoet te komen is het raadzaam om regentijden na te bootsen door in een bepaald jaargetijde dagelijks te sproeien. Welk jaargetijde dat is, hangt af van de streek van herkomst van het dier.