Schildpadden-Fan

Slow and Steady

Soortbeschrijving (Geochelone carbonaria)

Deze schildpad behoort tot het geslacht Geochelone, waartoe naast G. Geochelone nog zeven andere soorten behoren, te weten:

G. Denticulata, G. Elegans, G. Platynota, G. Sulcata, G. Pardalis, G. Chilensis G. Elephantpus

Het rugpantser van G. carbonaria is hoog gewelfd en ovaal van vorm. Bij oudere dieren is het, althans van boven af gezien, aan de zijkanten licht ingedeukt, waardoor de vage contouren van een zandloper ontstaan. De basiskleur van het rugpantser is zwart, terwijl zich in het midden van ieder afzonderlijk costaal en centraal schild een geelbruine vlek bevindt. De kleur van deze vlekken neemt met de jaren geleidelijk af. Verder zijn genoemde schilden, op het centrum na, voorzien van concentrische (groei) ribbels. Aan de onderzijde van de marginale en supra-caudale schilden bevindt zich een soortgelijke geelbruine vlek, waaromheen in een halve cirkelvorm eveneens de hierboven beschreven zwartkleurige ribbels liggen. De brug tussen het rug- en buikpantser is min of meer egaal geelbruin van kleur. De basiskleur van het buikpantser is eveneens geelbruin, enigszins rood doorvlamd. Bovendien zijn de naden tussen de afzonderlijke buikschilden donker. De kleur van de kop is donkergrijs met een opvallend geel-oranje tot rood vlekkenpatroon. De nek, hals en weke delen zijn donkergrijs. De basiskleur van de poten en de staart is donkergrijs, waarop zich een rood tot gele vlekkentekening bevindt. De staart van de mannetjes is langer en dikker dan die van de vrouwtjes. Ook hebben ze een sterk naar binnen gebogen buikpantser, terwijl de zijkanten van het rugpantser meer zijn ingedeukt dan die bij de vrouwtjes. Verder kunnen volwassen mannetjes iets groter worden dan de vrouwtjes. De gemiddelde lengte van het rugpantser bedraagt ongeveer 30 cm. Het grootste ooit gevonden exemplaar had een carapax van 45 cm.

G. carbonaria kan oppervlakkig gezien verward worden met G. denticulata, de geelvoet- of woudschildpad, die een verspreidingsgebied heeft dat gedeeltelijk samenvalt met dat van de Kolenbranderschildpad. De verschillen zijn echter:

a) G. denticulata wordt aanmerkelijk groter. De mannetjes bereiken een maximale lengte van 50 cm en de vrouwtjes worden maximaal 70 cm. In tegenstelling tot G. carbonaria worden bij deze soort de vrouwtjes groter.

b) Het rugpantser van G. denticulata is ovaal tot klokvormig.

c) Bij G. denticulata steken de gulare (keel-)schilden van het buikpantser van onderen af gezien buiten het rugpantser.

d) De pre-frontale schilden op de kop van  G. denticulata zijn vrij lang en lopen door tot de neus.

Bij G. carbonaria zijn de schilden kleiner en liggen meer naar achteren. De hardnekkige veronderstelling dat de kolenbrander- of roodvoetschildpad altijd een rood vlekkenpatroon op de poten zou hebben en de woud- of geelvoetschildpad een gele vlekkentekening, is er de oorzaak van dat exemplaren met gele vlekken op de poten bij oppervlakkige beschouwing automatisch worden aangezien voor G. denticulata. Echter ook van G. carbonaria komen exemplaren voor met een dergelijk geel gekleurd vlekkenpatroon.

Het verspreidingsgebied van G. carbonaria omvat zuidelijk Midden-Amerika, noordelijk Zuid-Amerika en een aantal Westindische eilanden. Van nature komt deze schildpad voor in het oosten van Panama, in Colombia, Venezuela, de Guyana's, Suriname, Brazilie (tot Rio de Janeiro), het noordelijk gedeelte van Paraquay en vermoedelijk ook op het eiland Trinidad. Op de eilanden de Grenadines, Barbuda, Old Providence Island, Long Island, St. Thomas, Water Island, St. John, Tortola, Peter Island, St. Barthelemy, Montserrat en Grenada, waarvan ook populaties bekend zijn, is hij naar alle waarschijnlijkheid uitgezet. Met zekerheid is dit bekend van een groep dieren die leeft in de krater van Mount Misery op het eiland St. Kitts.

 

 Verspreidingsgebied (Geochelone carbonaria)